Situatie op 01 januari 2020 zoals bekend in db2p op 28 oktober 2020

Zelfstandigen

Hoeveel aanvullend pensioen bouwen zelfstandigen op?

Op 1 januari 2020 waren 582.819 mensen aangesloten bij een aanvullend pensioenplan voor zelfstandigen, 64% mannen en 36% vrouwen. Dat is ongeveer 15% van alle mensen met een aanvullend pensioen gekend in db2p.

59% van aangesloten zelfstandigen bouwt aanvullend pensioen op in VAPZ/RIZIV plan

345.474 aangeslotenen of 59% van alle aangesloten zelfstandigen heeft enkel een (of meerdere) VAPZ en/of RIZIV overeenkomst(en) afgesloten. 14% van de aangesloten zelfstandigen heeft enkel verworven reserves opgebouwd binnen één of meerdere pensioenplannen voor zelfstandige bedrijfsleiders (individueel of collectief). De combinatie van beide vertegenwoordigt 26% van alle aangesloten zelfstandigen. De aangeslotenen met zowel een VAPZ/RIZIV overeenkomst als een pensioenplan voor zelfstandige bedrijfsleiders hebben de hoogste gemiddelde verworven reserve, namelijk € 114.945. Aangesloten zelfstandigen met enkel een (of meerdere) VAPZ en/of RIZIV overeenkomst(en) hebben de laagste gemiddelde verworven reserve, namelijk € 13.412.

Ongeveer 1 procent van alle aangesloten zelfstandigen heeft op 1 januari 2020 reeds een VAPZNP aansluiting, al dan niet in combinatie met een ander soort pensioenplan. Zelfstandigen met enkel een VAPZNP overeenkomst hebben een gemiddelde verworven reserve van € 8.558.

73% van alle aangesloten zelfstandigen bouwt nog actief aanvullend pensioen op

Zowel bij mannen als bij vrouwen, vinden we het hoogste aantal aangesloten zelfstandigen (meer dan 180.000) terug bij de 46- tot 55 jarigen. Ongeveer 43% van de aangesloten zelfstandigen is jonger dan 45 jaar. In elke leeftijdscategorie tellen we meer mannen dan vrouwen.

Van alle aangesloten zelfstandigen bouwt 73% (49% + 24%) op 1 januari 2020 ook actief een aanvullend pensioen op als zelfstandige. 27% is enkel passief aangesloten dankzij een eerdere zelfstandige activiteit.

Je kan onderstaande grafieken filteren volgens het soort pensioenplan (of combinaties van soorten pensioenplannen) waarin zelfstandigen aanvullend pensioen opbouwen. Zo zien we bijvoorbeeld dat slechts 10% van alle aangeslotenen met zowel een VAPZ en/of RIZIV overeenkomst als een zelfstandig bedrijfsleider plan passief is aangesloten, en dus geen nieuwe pensioenrechten opbouwt.

Gemiddelde en mediaan verworven reserve het hoogst voor 56- tot 65-jarigen

De gemiddelde verworven reserve voor alle zelfstandigen bedraagt € 48.591, de mediaan pensioenreserve ligt op €13.599.

De verworven reserves nemen toe met de leeftijd, met een maximum voor de aangeslotenen die de pensioenleeftijd naderen, 56 tot 65 jaar oud. De gemiddelde verworven reserve in deze categorie bedraagt € 94.154, de mediaan pensioenreserve bedraagt hier € 32.076. In elke leeftijdscategorie ligt de gemiddelde verworven reserve hoger voor mannen dan voor vrouwen (voor de twee jongste leeftijdscategorieën is het verschil gering).

Je kan opnieuw onderstaande grafiek filteren op het soort pensioenplan (of combinaties van soorten pensioenplannen). Als een bepaalde categorie minder dan 5 aangeslotenen heeft, dan wordt deze categorie niet weergegeven in deze grafiek. De hoogste gemiddelde verworven reserve voor aangeslotenen met enkel pensioenrechten binnen een VAPZ en/of RIZIV overeenkomst bedraagt € 38.747 (65 jaar of ouder). Bij aangeslotenen met enkel pensioenrechten binnen een zelfstandig bedrijfsleider plan ligt de hoogste gemiddelde verworven reserve op € 149.914 (65 jaar of ouder).

Ongelijkheid groter bij oudere aangeslotenen

De S80/S20 kwintielverhouding is een maatstaf voor ongelijkheid en toont hoe de gemiddelde verworven reserve van de 20% aangeslotenen met de hoogste verworven reserves (S80) zich verhoudt tot deze van de 20% aangeslotenen met de laagste verworven reserves (S20). Een S80/S20 van 10 betekent dat het gemiddelde bedrag van de 20% aangeslotenen met de hoogste reserve 10 keer hoger is dan dat van de 20% aangeslotenen met de laagste pensioenreserve. We berekenen deze verhouding per leeftijdscategorie en per geslacht; de 65 plussers worden weggelaten. 

Voor alle leeftijdsgroepen is de ongelijkheid groter bij mannen dan bij vrouwen (de S80/S20 kwintielverhouding ligt dus hoger). De ongelijkheid is ook groter bij ouderen: de S80/S20 voor vrouwen tussen 56 en 65 jaar oud is 100, voor mannen in deze leeftijdsgroep is dat 105. 

Deze grafiek kan ook worden gefilterd per soort pensioenplan (of combinaties). Als na het filteren een bepaalde categorie vijf of minder aangeslotenen bevat, dan wordt deze categorie niet opgenomen.

Definities

Sommige mensen bouwen een aanvullend pensioen op terwijl ze werken. Werknemers kunnen een aanvullend pensioen opbouwen als hun werkgever of bedrijfssector een aanvullende pensioenplan aanbiedt of ze kunnen er ook zelf een opbouwen via een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Zelfstandigen kunnen een aanvullend pensioen voor zichzelf voorzien door een overeenkomst af te sluiten bij een pensioeninstelling. Bij pensionering wordt het aanvullend pensioen (of tweedepijlerpensioen) uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen (eerstepijlerpensioen).

Het pensioensparen (derdepijlerpensioen), dat mensen individueel – los van hun beroep – op eigen initiatief kunnen doen bij een bank of verzekeraar, wordt hier niet beschouwd als ‘aanvullend pensioen’.


  • Werknemer of zelfstandige die is aangesloten bij een aanvullend pensioenplan en aanvullende pensioenrechten opbouwt of heeft opgebouwd.
  • In onze cijfers is een aangeslotene: elke persoon waarvoor er op 1 januari van het betrokken jaar een rekeningstand met pensioenreserves is geregistreerd in db2p door de pensioeninstelling.

Pensioeninstellingen geven jaarlijks de stand van de rekening van de aangeslotene door aan db2p. Het gaat telkens om de situatie van de individuele pensioenrechten op 1 januari van het betrokken jaar (of dus het evaluatiejaar).


Leeftijd wordt berekend als 'evaluatiejaar minus geboortejaar', het betreft dus de leeftijd die bereikt wordt in het evaluatiejaar.


Iemand is ‘actief aangesloten’ als hij/zij enkel één of meerdere actieve aansluiting(en) heeft bij een aanvullend pensioen.


Iemand is ‘passief aangesloten’ als hij/zij enkel één of meerdere inactieve aansluiting(en) heeft bij een aanvullend pensioen.


Iemand is ‘zowel actief als passief aangesloten’ als hij/zij zowel tenminste één actieve als één inactieve aansluiting heeft bij een aanvullend pensioen.


Een aansluiting is ‘actief’ als de aangeslotene in zijn huidige job bijkomende pensioenrechten opbouwt bij het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer nog in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige nog bedrijfsleider is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene nog bijdragen stort in het VAPZ, VAPW of VAPZNP.


Een aansluiting is ‘inactief’ als de aangeslotene in het verleden wel aanvullend pensioen opbouwde, maar op dit moment geen bijkomende pensioenrechten meer kan opbouwen in het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer niet meer in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige geen bedrijfsleider meer is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene afgelopen jaar geen bijdragen meer stortte in het VAPZ, VAPW of VAPZNP. De al opgebouwde pensioenreserves worden dan achtergelaten in het pensioenplan van de eerdere (oude) werkgever, sector of vennootschap, …


Het VAPZ is een aanvullende pensioenovereenkomst die een zelfstandige kan afsluiten bij een verzekeraar of pensioenfonds. De zelfstandige stort voor de opbouw van dit aanvullend pensioen premies die fiscaal aftrekbaar zijn.


De VAPZ-overeenkomst met RIZIV-toelage is een aanvullende pensioenovereenkomst voor geconventioneerde zelfstandige zorgverleners. Artsen, kinesisten, tandartsen en apothekers krijgen jaarlijks een bedrag van het RIZIV als tegenprestatie voor de tarieven waaraan zij zich als geconventioneerde moeten houden. Die sociale voordelen kunnen zij investeren in een sociaal Vrij Aanvullend Pensioen (VAPZ).


Dit aanvullend pensioenplan wordt door een vennootschap ingevoerd voor één, een deel of alle zelfstandige bedrijfsleiders. Als de toezegging gebeurt voor één welbepaalde bedrijfsleider spreekt men van een individuele pensioentoezegging, indien het een pensioenplan is voor meerdere of alle bedrijfsleiders spreken we van een collectieve pensioentoezegging.


Dit is een pensioenovereenkomst die een zelfstandige actief als natuurlijke persoon, een meewerkende echtgenoot of een helper kan afsluiten om een aanvullende pensioenprestatie op te bouwen naast het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ).


Dit is het bedrag aan pensioenreserves die een aangeslotene op een bepaald ogenblik heeft opgebouwd en die verworven zijn. Deze reserves kunnen niet meer worden afgenomen van de aangeslotene en kunnen worden overgedragen naar een andere pensioeninstelling indien de aangeslotene bij nieuw pensioenplan wordt aangesloten. Het betreft telkens de verworven reserve van op 1 januari van het evaluatiejaar.


Dit is een maatstaf voor ongelijkheid en geeft de verhouding van het gemiddelde van de 20% aangeslotenen met de hoogste verworven reserves (S80) en het gemiddeld van de 20% aangeslotenen met de laagste verworven reserves (S20).

Methodologie

Downloads

DEFINITIES
METHODOLOGIE