Situatie op 01 januari 2020 zoals bekend in db2p op 28 oktober 2020

Stelsels en soorten plannen

Hoe worden aanvullende pensioenen opgebouwd?

Omdat mensen steeds mobieler zijn tijdens hun loopbaan hebben ze gemengde loopbanen en bouwen ze door de jaren vaak aanvullend pensioen op tijdens verschillende jobs. Zelfs in verschillende stelsels en in verschillende soorten plannen.

85% van de aangeslotenen bouwde enkel aanvullend pensioen op als werknemer

Zowel werknemers als zelfstandigen kunnen aanvullend pensioen opbouwen. Iemand die als werknemer én als zelfstandige werkt(e) kan een aanvullend pensioen opbouwen (hebben opgebouwd) in beide stelsels.

3.335.688 aangeslotenen (85%) hebben verworven reserves opgebouwd in het stelsel van de werknemers. Iets minder dan 10% van alle aangeslotenen heeft enkel verworven reserves opgebouwd in het stelsel van de zelfstandigen. Ruim 5% van alle aangeslotenen bouwde aanvullend pensioen op als werknemer én als zelfstandige.

Van de mensen met een aanvullend pensioen opgebouwd in één stelsel heeft ongeveer de helft ‘slapende’ rechten, al dan niet in combinatie met actieve rechten. Bij de (zuivere) werknemers is dat aandeel 52% en bouwt 48% dus enkel aanvullend pensioen op in hun huidige job (actief aangesloten) en niet in een eerdere job. Bij de (zuivere) zelfstandigen is het aandeel met ‘slapende’ rechten 50% en bouwt 50% dus enkel extra pensioen op in hun huidige zelfstandige activiteit.

Dat ligt anders bij de mensen met een aanvullende pensioenopbouw in beide stelsels. Hier combineert 79% van de aangeslotenen ‘actieve’ rechten met oude rechten opgebouwd tijdens een (of meer) eerdere job(s). Slechts 6% van de aangeslotenen in deze categorie is enkel ‘actief’ aangesloten, zonder ‘passieve’ aansluitingen uit het verleden. Zij bouwen dus via hun huidige job(s) pensioenrechten als werknemer én als zelfstandige op.

Meer dan de helft van alle aangeslotenen heeft één pensioenplan

Mensen zijn steeds mobieler tijdens hun loopbaan en bouwen door de jaren vaak aanvullend pensioen op tijdens verschillende jobs (in meerdere pensioenplannen). Ongeveer 47% van alle aangeslotenen (ca. 1,8 miljoen) heeft meer dan één aanvullend pensioenplan. Bij de aangeslotenen met enkel aanvullend pensioen als werknemer heeft 57% slechts één pensioenplan. Bij de (zuivere) zelfstandigen is dat 53%. Aangeslotenen met zowel reserves als werknemer én als zelfstandige hebben per definitie meerdere aanvullende pensioenplannen.

Veel werknemers aangesloten bij een sectorplan, zelfstandigen vooral bij een VAPZ

Werknemers kunnen hun aanvullend pensioen opbouwen in verschillende soorten plannen.

  • Iets meer dan 2 miljoen werknemers zijn aangesloten bij een sectorplan. In dat geval organiseert de bedrijfssector het aanvullend pensioen en geldt het plan voor alle werknemers in de sector. De gemiddelde verworven reserve voor dit soort plan bedraagt € 2.475. 
  • Ongeveer 1,9 miljoen werknemers is aangesloten bij een (of meerdere) ondernemingsplan(nen). Hier neemt de werkgever zelf het initiatief om een aanvullend pensioen in te voeren voor alle (of een deel van de) werknemers van de onderneming. Met € 27.237 heeft dit soort pensioenplan de hoogste gemiddelde verworven reserve binnen de pensioenplannen voor werknemers.
  • Verder zijn er nog ongeveer 340.000 werknemers aangesloten bij één of meer ‘andere werknemersregelingen’. Dit zijn vooral (97%) aansluitingen bij onthaalstructuren of oude beperkte regelingen. De gemiddelde aangeslotene binnen deze soort plannen heeft € 14.986 aan verworven reserves.
  • Tenslotte hebben 310 personen op 1 januari 2020 een Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW). De gemiddelde verworven reserve bedraagt hier  € 483.

Voor zelfstandigen waren er op 1 januari 2020 drie soorten plannen mogelijk.

  • 500.490 zelfstandigen hebben zelf een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) en/of RIZIV overeenkomst afgesloten. De gemiddelde verworven reserve voor dit soort pensioenplan bedraagt € 17.285.
  • Ongeveer 230.000 zelfstandigen zijn aangesloten bij een pensioenplan voor zelfstandige bedrijfsleiders (individueel of collectief). Hier voert de vennootschap een pensioenplan in voor één, meerdere of alle zelfstandige bedrijfsleiders van de vennootschap. Voor dit soort plannen bedraagt de gemiddelde verworven reserve € 84.260.
  • Ten slotte hebben meer dan 5.000 zelfstandigen een vrij aanvullend pensioenplan voor zelfstandigen actief als natuurlijk persoon (VAPZNP) afgesloten. De gemiddelde verworven reserve voor dit soort plan bedraagt € 13.997.

Verzekeraars en pensioenfondsen beheren pensioenreserves

De inrichter van het pensioenplan kan de pensioenreserves laten beheren door een verzekeraar (VZ) of een pensioenfonds (IBP). 3.142.416 mensen zijn aangesloten bij een pensioenplan beheerd door een verzekeraar. Pensioenfondsen beheren de pensioenreserves van 1.657.669 aangeslotenen. 

Bij een verzekeraar kan het aanvullend pensioen beheerd worden via een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21) of via een verzekeringsproduct zonder gewaarborgd rendement (tak 23). Met ongeveer 2,9 miljoen aangeslotenen is een tak 21 veruit het populairste product. De gemiddelde verworven reserve bedraagt hier € 23.085. Aangeslotenen bij een pensioenplan beheerd door een verzekeraar volgens een combinatie van een tak 21- en tak 23-levensverzekering hebben een gemiddelde reserve van € 34.408.

Ongeveer 1,6 miljoen mensen zijn aangesloten bij een pensioenplan beheerd door een pensioenfonds. Gemiddeld heeft een aangeslotene hier een verworven reserve van € 10.211.

Definities

Sommige mensen bouwen een aanvullend pensioen op terwijl ze werken. Werknemers kunnen een aanvullend pensioen opbouwen als hun werkgever of bedrijfssector een aanvullende pensioenplan aanbiedt of ze kunnen er ook zelf een opbouwen via een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Zelfstandigen kunnen een aanvullend pensioen voor zichzelf voorzien door een overeenkomst af te sluiten bij een pensioeninstelling. Bij pensionering wordt het aanvullend pensioen (of tweedepijlerpensioen) uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen (eerstepijlerpensioen).

Het pensioensparen (derdepijlerpensioen), dat mensen individueel – los van hun beroep – op eigen initiatief kunnen doen bij een bank of verzekeraar, wordt hier niet beschouwd als ‘aanvullend pensioen’.


  • Werknemer of zelfstandige die is aangesloten bij een aanvullend pensioenplan en aanvullende pensioenrechten opbouwt of heeft opgebouwd.
  • In onze cijfers is een aangeslotene: elke persoon waarvoor er op 1 januari van het betrokken jaar een rekeningstand met pensioenreserves is geregistreerd in db2p door de pensioeninstelling.

Pensioeninstellingen geven jaarlijks de stand van de rekening van de aangeslotene door aan db2p. Het gaat telkens om de situatie van de individuele pensioenrechten op 1 januari van het betrokken jaar (of dus het evaluatiejaar).


Iemand is ‘actief aangesloten’ als hij/zij enkel één of meerdere actieve aansluiting(en) heeft bij een aanvullend pensioen.


Iemand is ‘passief aangesloten’ als hij/zij enkel één of meerdere inactieve aansluiting(en) heeft bij een aanvullend pensioen.


Iemand is ‘zowel actief als passief aangesloten’ als hij/zij zowel tenminste één actieve als één inactieve aansluiting heeft bij een aanvullend pensioen.


Een aansluiting is ‘actief’ als de aangeslotene in zijn huidige job bijkomende pensioenrechten opbouwt bij het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer nog in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige nog bedrijfsleider is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene nog bijdragen stort in het VAPZ, VAPW of VAPZNP.


Een aansluiting is ‘inactief’ als de aangeslotene in het verleden wel aanvullend pensioen opbouwde, maar op dit moment geen bijkomende pensioenrechten meer kan opbouwen in het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer niet meer in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige geen bedrijfsleider meer is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene afgelopen jaar geen bijdragen meer stortte in het VAPZ, VAPW of VAPZNP. De al opgebouwde pensioenreserves worden dan achtergelaten in het pensioenplan van de eerdere (oude) werkgever, sector of vennootschap, …


Dit is het bedrag aan pensioenreserves die een aangeslotene op een bepaald ogenblik heeft opgebouwd en die verworven zijn. Deze reserves kunnen niet meer worden afgenomen van de aangeslotene en kunnen worden overgedragen naar een andere pensioeninstelling indien de aangeslotene bij nieuw pensioenplan wordt aangesloten. Het betreft telkens de verworven reserve van op 1 januari van het evaluatiejaar.


Dit is een pensioenplan dat binnen een paritair comité wordt ingevoerd en voor de hele bedrijfssector geldt. Zo bestaan er bijvoorbeeld sectorplannen in de bouw, de voedingsnijverheid, de scheikundige nijverheid, de non-profitsector, …


Het ondernemingsplan is de pensioentoezegging of belofte die een werkgever doet aan één of meerdere werknemers om een aanvullend pensioen op te bouwen. Er bestaan verschillende soorten zoals het pensioenplan van de werkgever (voor meerdere of alle werknemers) en de individuele pensioentoezegging (voor één specifieke werknemer).

  • Pensioenplan van de werkgever
    • Dit is een aanvullend pensioenplan dat door een werkgever wordt ingevoerd voor alle of een deel van zijn werknemers.
  • Individuele pensioentoezegging 
    • Een werkgever kan - onder bepaalde strikte voorwaarden - een aanvullend pensioen beloven aan één welbepaalde werknemer. Men spreekt dan van een individuele pensioentoezegging.

Het VAPW is een aanvullende pensioenovereenkomst die is voorbehouden voor werknemers met een arbeidsovereenkomst (en dus niet voor statutaire ambtenaren en zelfstandigen). De werknemer kiest zelf een pensioeninstelling, een pensioenplan en een jaarlijkse bijdrage. Deze jaarlijkse bijdrage is evenwel gelimiteerd.


Deze restcategorie omhelst vier verschillende types pensioenplannen, aansluitingen bij ‘onthaalstructuren’ en aansluitingen bij ‘oude beperkte regelingen’ zijn veruit de belangrijkste twee binnen deze categorie. De ‘bijzondere individuele overeenkomst’ en de ‘individuele pensioeneis’ zijn de twee andere onderliggende types pensioenplannen.

  • Onthaalstructuren
    • Dit is een rekening voor de pensioenreserves na uittreding. Als de aangeslotene uit dienst treedt, kan hij/zij er voor kiezen om zijn/haar reserves niet in het pensioenplan te laten, maar over te dragen naar een onthaalstructuur. Een onthaalstructuur is een verzekeringsovereenkomst of een bijzonder reglement binnen een pensioenfonds onderschreven door de inrichter van een pensioenplan (de werkgever of sectorale inrichter) om de achtergelaten of overgedragen pensioenreserves te beheren.
  • Oude beperkte regelingen
    • Deze regelingen waren reeds beperkt vóór 2011 en de inrichter bestaat niet meer of is niet meer gekend. Een beperkte regeling is een regeling met pensioenreserves die niet langer beheerd worden conform het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De pensioeninstelling heeft het pensioenplan 'beperkt' en de reserves teruggebracht tot het niveau dat gewaarborgd kan worden op basis van de reeds betaalde bijdragen.
  • Individuele pensioeneis
    • Een individuele pensioeneis is de mogelijkheid om na uittreding een eerdere pensioentoezegging op individuele basis verder te zetten. Onder bepaalde strikte voorwaarden kan een aangeslotene na uittreding van zijn/haar nieuwe werkgever (indien hier geen pensioentoezegging bestaat) eisen om bedragen in te houden op zijn/haar loon en door te storten aan een door de aangeslotene gekozen pensioeninstelling.
  • Bijzondere individuele overeenkomst
    • Dit is een rekening met pensioenreserves die na uittreding worden beheerd zonder band met het pensioenplan van de vroegere of de nieuwe werkgever (of sector). Na de uitdiensttreding kan men er voor kiezen om de reserves over te dragen naar een bijzonder individueel levensverzekeringscontract. Het gaat om een specifiek type van verzekeringscontracten, waarvoor bijzondere regels gelden en die enkel mogen worden aangeboden door verzekeraars die daartoe over een bijzondere erkenning beschikken.

Het VAPZ is een aanvullende pensioenovereenkomst die een zelfstandige kan afsluiten bij een verzekeraar of pensioenfonds. De zelfstandige stort voor de opbouw van dit aanvullend pensioen premies die fiscaal aftrekbaar zijn.


De VAPZ-overeenkomst met RIZIV-toelage is een aanvullende pensioenovereenkomst voor geconventioneerde zelfstandige zorgverleners. Artsen, kinesisten, tandartsen en apothekers krijgen jaarlijks een bedrag van het RIZIV als tegenprestatie voor de tarieven waaraan zij zich als geconventioneerde moeten houden. Die sociale voordelen kunnen zij investeren in een sociaal Vrij Aanvullend Pensioen (VAPZ).


Dit aanvullend pensioenplan wordt door een vennootschap ingevoerd voor één, een deel of alle zelfstandige bedrijfsleiders. Als de toezegging gebeurt voor één welbepaalde bedrijfsleider spreekt men van een individuele pensioentoezegging, indien het een pensioenplan is voor meerdere of alle bedrijfsleiders spreken we van een collectieve pensioentoezegging.


Dit is een pensioenovereenkomst die een zelfstandige actief als natuurlijke persoon, een meewerkende echtgenoot of een helper kan afsluiten om een aanvullende pensioenprestatie op te bouwen naast het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ).


In een tak 21 verzekeringsproduct waarborgt de verzekeringsonderneming een vast rendement.


In een tak 23 verzekeringsproduct waarborgt de verzekeraar geen rendement. De gestorte bijdragen worden geïnvesteerd in één of meerdere beleggingsfondsen en het rendement wordt aan het rendement van deze beleggingsfondsen gekoppeld.


Hier wordt er deels in een tak 21 en deels in een tak 23-levensverzekering belegd.

Methodologie

Downloads

DEFINITIES
METHODOLOGIE