Situatie op 01 januari 2020 zoals bekend in db2p op 28 oktober 2020

Participatiegraad

Welk deel van de bevolking bouwde al aanvullende pensioenrechten op?

Hoe groot is de deelname aan de tweede pensioenpijler in België? Het antwoord is niet eenduidig. De deelname (ook wel participatiegraad) verschilt naargelang de definities die we gebruiken.

  • Naar welke doelgroep kijken we? Naar alle mensen die ooit al aanvullende pensioenrechten (zowel slapende als actieve rechten) opbouwden of enkel naar actief aangeslotenen die nu bijkomende rechten opbouwen bij het aanvullend pensioenplan via hun huidige job?

  • Tegen welke referentiegroep zetten we de doelgroep af? Vergelijken we met de volledige beroepsbevolking (werkenden én werkzoekenden) of enkel met werknemers en zelfstandigen die effectief aan het werk zijn?

We berekenen drie percentages voor een genuanceerd antwoord. Het gaat telkens om de situatie op 1 januari 2020 zoals die gekend was in db2p (databank over aanvullende pensioenen) op 28 oktober 2020.

72% van beroepsbevolking bouwde al aanvullend pensioen op voor later

Eerst kijken we naar alle mensen die al ooit aanvullende pensioenrechten opbouwden (zowel actief aangeslotenen als slapers). En we vergelijken met de ganse beroepsbevolking. Dit zijn alle mensen tussen 16 en 65 jaar die in België wonen én werken of werk zoeken. 

72% van de beroepsbevolking zal bij pensionering - bovenop het wettelijk pensioen - ook een aanvullend pensioen krijgen. De participatiegraad is lager bij vrouwen (13 procentpunt lager) dan bij mannen. Dat verschil zien we in elke leeftijdsgroep.

55% van beroepsbevolking is actief aangesloten bij aanvullend pensioenplan

Ten tweede, berekenen we het aandeel van de mensen die actief zijn aangesloten bij een aanvullend pensioenplan. We focussen dus op mensen die nog bijkomende rechten opbouwen in hun huidige job. Mensen die rechten opbouwden tijdens een eerdere job maar nu niet meer (slapers), nemen we hier niet mee. We vergelijken opnieuw met de beroepsbevolking.

Iets meer dan de helft van onze beroepsbevolking is actief aangesloten bij een aanvullend pensioenplan. Opnieuw zien we een verschil tussen vrouwen en mannen (een verschil van 11 procentpunt). De participatiegraad neemt toe voor de oudere leeftijdsgroepen. De verschillen tussen de leeftijdsgroepen zijn echter kleiner bij deze groep (enkel actieve aangeslotenen) dan bij de vorige (zowel actieve aangeslotenen als slapers).

70% van werknemers en 54% van zelfstandigen is actief aangesloten bij aanvullend pensioenplan

Tot slot focussen we op werknemers en zelfstandigen die effectief aan het werk zijn. Want aanvullende pensioenen zijn beroepsgebonden en enkel mensen die werken kunnen er een opbouwen. Werkzoekenden en statutaire ambtenaren nemen we niet meer mee; zij kunnen geen aanvullend pensioen opbouwen. Bij de zelfstandigen tellen we zowel deze met een hoofdactiviteit als deze met een nevenactiviteit indien zij sociale bijdragen betalen zoals een zelfstandige in hoofdberoep. Beide groepen zelfstandigen kunnen een aanvullend pensioen als zelfstandige opbouwen.

Meer werknemers (70%) dan zelfstandigen (54%) bouwen actief aanvullend pensioen op in hun huidige job. Het verschil tussen vrouwen en mannen is groter bij werknemers (een verschil van 17 procentpunt) dan bij zelfstandigen. Bij de zelfstandigen ligt de participatie bij de vrouwen (55%) hoger dan bij de mannen (53%).

Definities

Sommige mensen bouwen een aanvullend pensioen op terwijl ze werken. Werknemers kunnen een aanvullend pensioen opbouwen als hun werkgever of bedrijfssector een aanvullende pensioenplan aanbiedt of ze kunnen er ook zelf een opbouwen via een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Zelfstandigen kunnen een aanvullend pensioen voor zichzelf voorzien door een overeenkomst af te sluiten bij een pensioeninstelling. Bij pensionering wordt het aanvullend pensioen (of tweedepijlerpensioen) uitbetaald bovenop het wettelijk pensioen (eerstepijlerpensioen).

Het pensioensparen (derdepijlerpensioen), dat mensen individueel – los van hun beroep – op eigen initiatief kunnen doen bij een bank of verzekeraar, wordt hier niet beschouwd als ‘aanvullend pensioen’.


  • Werknemer of zelfstandige die is aangesloten bij een aanvullend pensioenplan en aanvullende pensioenrechten opbouwt of heeft opgebouwd.
  • In onze cijfers is een aangeslotene: elke persoon waarvoor er op 1 januari van het betrokken jaar een rekeningstand met pensioenreserves is geregistreerd in db2p door de pensioeninstelling.

Een actieve aangeslotene is iemand met tenminste één actieve aansluiting heeft bij een aanvullend pensioen.


Een passieve aangeslotene (slaper) is iemand die alleen één of meerdere inactieve aansluitingen heeft bij een aanvullend pensioen.


Een aansluiting is ‘actief’ als de aangeslotene in zijn huidige job bijkomende pensioenrechten opbouwt bij het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer nog in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige nog bedrijfsleider is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene nog bijdragen stort in het VAPZ, VAPW of VAPZNP.


Een aansluiting is ‘inactief’ als de aangeslotene in het verleden wel aanvullend pensioen opbouwde, maar op dit moment geen bijkomende pensioenrechten meer kan opbouwen in het aanvullend pensioenplan. Bijvoorbeeld als de werknemer niet meer in dienst is bij de inrichter (werkgever of sector) of als de zelfstandige geen bedrijfsleider meer is van de inrichter (vennootschap) of als de aangeslotene afgelopen jaar geen bijdragen meer stortte in het VAPZ, VAPW of VAPZNP. De al opgebouwde pensioenreserves worden dan achtergelaten in het pensioenplan van de eerdere (oude) werkgever, sector of vennootschap, …


Alle individuen met een domicilieadres in België die aan het werk zijn (werkende) of actief op zoek zijn naar werk (werkzoekende).


Pensioeninstellingen geven jaarlijks de stand van de rekening van de aangeslotene door aan db2p. Het gaat telkens om de situatie van de individuele pensioenrechten op 1 januari van het betrokken jaar (of dus het evaluatiejaar).


Leeftijd wordt berekend als 'evaluatiejaar minus geboortejaar', het betreft dus de leeftijd die bereikt wordt in het evaluatiejaar.

Methodologie

Downloads

DEFINITIES
METHODOLOGIE